Examples of using Frieten in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik wist dat hij frieten zou lusten.
Ogen en frieten.
Voor een dollar aan frieten.
Frieten. Dame, serieus, we hebben geen frieten.
We hebben genoeg voor frieten.
Twee Cheeseburgers en twee grote frieten.
Hier, je mag mijn frieten hebben.
Paps gaf ons milkshakes en frieten.
Ze liet hem niet eens z'n frieten opeten.
Paps gaf ons milkshakes en frieten.
Ze liet hem zelfs zijn frieten niet opeten.
Oké. Geef me de frieten.
Ik maak mijn frieten altijd zelf.
Vroeger aten we frieten en dronken Cola na school.
Ze produceert ook voorgebakken versgekoelde frieten en stelt voorgekookte gepasteuriseerde aardappelen voor.
Frieten waren ook erg goed.
Zelfgemaakte frieten in de deli-fryer Ingrediënten.
Broodje en frieten voor jouw.
Zelfgemaakte frieten in de deli-fryer| DOMO.
Frieten zijn de beste, toch? Ja?