Examples of using Gemeen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Lk ben gemeen, eigenwijs en onredelijk.
Het zou gemeen zijn, Henry.
Dat is gemeen, dat geef ik wel toe.
Bovendien hebben deze operaties veel eigenschappen met de gewone rekenkunde gemeen.
Het is niet altijd gemeen.
Gemeen. Ik kan ook gemeen zijn, Aiden.
Gemeen amateur en een perv driver neuken.
Niet zo gemeen als ik.
Hoe kan iemand zo gemeen de Koning van Pei worden?
Dat was gemeen en onnodig.
Dat was gemeen, Charles Wallace.
Daardoor hebben alle toepassingen het meeste van de functies voor het dubbel boekhouden gemeen.
Dit is ook de aanwezigheid van samengestelde liners in gemeen.
Barney is niet gemeen.
Ik denk dat hij gemeen is.
Gemeen teef drinks haar eigen piss met joy Bekeken 0.
Dat is gemeen, Claire.
Hij is gemeen en wreed.
Ik weet hoe gemeen mensen kunnen zijn. Ik wel.
Was ik gemeen op de televisie? Wat?
