Examples of using Indertijd in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij was indertijd slechts 27 jaar oud.
Indertijd in Baltimore, had ik die vriendin. De mensheid.
Deze tracks klinken nog zo fris als indertijd.
Meer dan een decennium geleden dus, indertijd hun tweede en derde plaat.
Indertijd, toen ik hoog aan de top was.
Hij was indertijd m'n partner.
Indertijd was hij een grote meneer in Whitley Bay.
Antelope had indertijd 40 inwoners.
Kaz en ik vlogen samen indertijd in de Marine van de Nieuwe Republiek.
Indertijd was ik flink kwaad.
Het gebeurde indertijd bij het White Album!
Ze vroeg naar waarom we indertijd naar Portugal zijn verhuisd.
Mooie meisje. 22 jaar oud indertijd.
Mag indertijd, in de 19e eeuw, inderdaad wellicht plausibel hebben geleken.
Mevrouw Oomen-Ruijten was indertijd de rapporteur.
Ik heb nog vuurwapentraining gegeven op Glynco indertijd.
Ze kende je goed, indertijd.
De cyber-pesten wetten waren indertijd zwak.
Het leek een ziel waard, indertijd.
De cyber-pesten wetten waren indertijd zwak.