Examples of using Insect in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Geen enkel insect spreekt zo tot de verbeelding van de mens als de vlinder.
Ik kan Caesar vermorzelen als een insect.
Ik dacht dat ik een insect zag, eng.
dan ben je een insect op een voorruit.
Het zenuwstelsel van het insect wordt geprikkeld.
Ik zei hou je kop, jij kleine insect.
Ik wil dat insect zien.
Mis je dat, dan ben je een insect op een voorruit.
ook maar enig ander insect.
Stanley, het insect leeft.
Ik voel alsof ik een insect inslikte. Zoe.
Dit is mijn wereld, insect.
Het is niet zomaar een insect, Gibbs.
Ze werd aangevallen door een insect.
Ze leeft van fruit en eender welk insect ze kan vinden.
Ze is gebeten door een insect.
Ik denk dat het insect je gebeten heeft!
Gecamoufleerd en razendsnel is dit insect een doeltreffend roofdier.
Ik dacht dat ze door een insect was gebeten.