Voorbeelden van het gebruik van Insect in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het insect is geinfecteerd met de Afrikaanse pest.
Devore, of hij verplettert me als een insect.
Merlijn, ik heb een insect ingeslikt!
Sleutels. Wat is dat voor insect?
Ze kijken naar je alsof je een insect bent.
Voor een insect is het voedsel,
Je hebt het leven van een insect verlengd, waar leidt dat toe?
is een insect uit de familie schaatsenrijders Gerridae.
Gefeliciteerd, Nu kunt u verzenden en ontvangen insect.
Er zit echt een insect.
Een spin. Een insect.
Merlijn, ik heb een insect ingeslikt!
Hoe gaat het met dat insect?
Wat is dat voor insect? Sleutels.
Een insect heeft 6 poten.
Als deel van een insect niet groter dan normaal.
Hé, insect. Hé, insect.
Dat is een insect.
Zit daar een insect in?
Merlijn, ik heb 'n insect ingeslikt!