Examples of using Judith in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik liep Judith tegen het lijf in de stad.
Judith heeft die moedergloed.
Judith overleed echter enkele maanden later,
Judith is in shock
Judith is een voornaam voor een meisje.
Eerst werd het gepresenteerd door Judith de Bruijn, waarna Paula Udondek haar opvolgde.
Judith bedacht een slim design voor vrijwillige, tussentijdse toetsen.
Judith Treadwell, advocaat.
Maar, ik bedoel… Judith leeft nog en ze is je verloofde.
Ik was al getrouwd met Judith, en we… Kijk.
Spreek jij Judith veel de laatste tijd?-Ja?
Judith. Ik heb je bericht gekregen.
Judith heeft een deal met de bewakers.
Judith heeft de gastenlijst.
Van al Judith haar echtgenoten is hij mijn favoriet.
Judith interesseerd mij niet ik wil alleen.
Judith heeft de lijst.
Judith kan me niks schelen.
Judith werd… genomineerd voor de Carnegie Medal voor kinderroman.
Judith kan me niks schelen.