Examples of using Koek in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ja, ik wil de koffie koek.
Het leven is niet altijd koek en ei, en verre van een sprookjesverhaal.
Koek en chocolade uit Laren vanaf 3, 00.
Koop een koek voor het Rode Kruis bij de bakkerswinkel(19).
Proef de Groninger Koek bij een kopje koffie.
Ging het huis van koek binnen. Het kind.
Het stond op een koek.
Plăcintă cu cartofi is een koek, gevuld met aardappel.
Voeg de koek toe aan het beslag en schep het er rustig doorheen.
Van der Meulen koek en knackebröd zijn een feit.
Koek en snoep zijn ook duurder!
Richard Koek van Ricard Drukwerk heeft sinds 2016 een webshop van Prindustry.
Door warm te eten blijft er minder ruimte over voor snoep, koek en andere tussendoortjes.
Het was vast die koek.
Het is de keet van de koek.
Ontdek onze Chocolade, koek, snoep en ander lekkers.
Moet ik deze ongezegende koek opeten of uitspugen?
Cake en koek op tafel, schuif maar aan.
Neem voor meer informatie contact op met Rob Steenbrink of Saskia Koek.
Hij zei 't op een koek.