Examples of using Krabben in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Luister hoe de bladeren aan de lucht krabben.
Ze veranderden bij het krabben door de jeuk, in een glassplinter.
Die krabben in uw nek!
Jij was aan het krabben, toch?- Idioten?
Steel je nu krabben? Huh?
Haaien, krabben, sommige slangen en Lucifer.
Ik bevestig dat ik verbleven heb in B& B fam. Krabben.
We kunnen niet krabben.
Absoluut niet gaan krabben, hierdoor gaat uw huid irriteren.
Nee, iemand moet mijn ballen krabben, kun jij me helpen?
Die krabben in uw nek.
Krabben in zijn ogen.
Iedere rots boven de waterlijn is een speeltuin voor krabben.
Voor het diner zijn er krabben met roerei en radijs.
Levon kan mensen krabben.
Je hoofd krabben met je telefoon in je hand?
Je mag je aderen eruit krabben, hij zal niet lossen.
vogels kijken, krabben, vissen en picknicken.
En- sorry hoor- krabben op zijn lichaam?
Niet meer krabben.