Examples of using Moet trainen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Brendan moet trainen.
Dat betekent natuurlijk niet dat je te licht moet trainen.
Het is niet zo dat ik morgenvroeg moet trainen.
Bedoel je, dat ik moet trainen?
Hij moet trainen en zoveel mogelijk speelminuten krijgen.".
Dag mam, ik moet trainen.
Nee, ik moet trainen.
Nee. Ik mag dit niet vragen, maar ik moet trainen.
Nee, ik moet trainen.
Ook uw hond moet trainen!
Dag mam, ik moet trainen.
Je komt op een punt, dat je zo moet trainen.
Je moet trainen. Ik zal je helpen.
Cartman moet trainen.
Ze moet trainen.
Mijn team moet trainen.
Hij wil niet omdat hij moet trainen.
Hij verhuist niet hierheen… want hij moet trainen.
Zelfs Messi moet trainen.
Ook uw hond moet trainen!