Examples of using Opbouwt in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zal wel al die spieren zijn, die je opbouwt.
Mensen waarmee je een band voor lange tijd opbouwt.
Niet iedereen is de kraanmachinist die zelf zijn server opbouwt.
Magento is een populair e-commerceplatform waarmee je een robuuste webwinkel opbouwt.
En een never-ending vriendschap die je opbouwt met die handvol.
VolgendeQWIC Een e-commerce gebruikersreis die een merkervaring opbouwt.
Je deed alsof het voor je was afgelopen terwijl je een katholieke leger opbouwt.
Dat is hoe je een publiek opbouwt.
Daarom is het erg belangrijk dat de influencer een person brand opbouwt.
Voorbeeld- een medisch wetenschappelijk bedrijf dat een community, merk en vertrouwen opbouwt.
Krachttraining zorgt ervoor dat je vet verbrandt en mannelijke spieren opbouwt.
Een ode aan het individu dat zijn eigen wereld opbouwt, ondanks de omstandigheden.
Apps zorgen ervoor dat u op een nieuwe manier een band met klanten opbouwt.
Het soort dat je opbouwt.
Als hij momentum opbouwt houdt niets hem tegen.
Vastgoed is een stabiele vorm van investeren waarbij u uw vermogen opbouwt.
Niet die families die je opbouwt uit vreemde stukken.
Dit is de rots waarop de mens zichzelf opbouwt.
Geloofwaardigheid en invloed opbouwt op Twitter.
Opa, die als verstekeling naar Amerika gaat en een rijk opbouwt.
