Examples of using Overdag in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij zei… dat hij ze overdag meenam.
Op vrijdag is het overdag langere tijd bewolkt.
Inderdaad. We worden overdag dronken.
Ik wil jullie overdag zien.
Op zaterdag is het overdag meestal zonnig.
Ik weet waar hij overdag is.
Morgen Op zaterdag is het overdag wisselend bewolkt.
We hadden dit tot overdag moeten bewaren.
Ik haat overdag drinken.
Op donderdag is het overdag langere tijd bewolkt.
Ze kunnen zich niet overdag verplaatst hebben.
Het verkennen van ruïnes is overdag makkelijker.
Op dinsdag is het overdag grotendeels zonnig.
Hij zei… dat hij hen overdag had ontvoerd.
Nu heb je ze ook overdag.
Op woensdag is het overdag langere tijd bewolkt.
Haar ogen ginds Zoals overdag een lamp.
Het was dag. Seks overdag, heerlijk.
Ontraceerbare heli's werken niet overdag.
Het was Hector drie. Het was overdag.