Examples of using Pijnigen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik wil dat jullie naar huis gaan en je hersens pijnigen.
Je moet jezelf niet zo pijnigen daarmee.
Ik zal je pijnigen.
Hoe kunnen we je pijnigen?
We hebben genoeg van vrouwen die andere vrouwen één dag pijnigen.
Maar ik voel geen grammetje medeleven met een wezen dat jou wil pijnigen.
Dat je niet… dat je niet jezelf gaat pijnigen.
Hij zal haar nooit pijnigen.
En anders blijven we je pijnigen.
Ze was erg onrustig en we waren bang dat ze zichzelf zou pijnigen.
Stop alstublieft met het pijnigen van mijn lichaam!
Hij wil doen lijken alsof we mensen pijnigen.
Het pijnigen of vernederen van de partner sadisme.
Zal je pijnigen?
Grofweg… voor het je pijnigen.
Die duivels kunnen je niet meer pijnigen.
Ik-Ik moet de moeder stoppen met het pijnigen van haar zoon.
Wie zegt dat ze me niet meer kunnen pijnigen?
Niet te geloven dat je geld verdient met mensen pijnigen.
Je moet me pijnigen.