Examples of using Poseren in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben aan het poseren voor de universiteit.
Ik zal voor haar poseren.
Het poseren, ik ben wat stijf.
Poseren voor Benjamin is gewoon een leuk.
Ik ben aan het poseren voor de universiteit.
Ze blijft. Ik zal voor haar poseren.
U ziet het resultaat pas na de laatste keer poseren.
Waarom liet hij ze poseren?
Of was dat naakt poseren uw eigen idee?
Waarom? Poseren maar.
Acteren, zingen, dansen, poseren, goochelen.
U ziet het resultaat pas na de laatste keer poseren.
Ik wil niet vastgelegd worden, of poseren of iemands bezit zijn.
Konden niet poseren.
Ze zal voor je poseren.
Ik ben dol op poseren.
Ze blijft. Ik zal voor haar poseren.
Hier. 32 keer poseren.
Ze zal voor je poseren.
Wat? Voor mij poseren.