Examples of using Pruim in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Meng dan alle natte ingrediënten, de stukjes pruim en de kokosolie goed door elkaar.
Dick pakt de pruim.
Waarom bel je m'n ouders? Pruim.
Eet de pruim.
Dat de Cooplettes de grote hebben van een pruim.
Geconserveerde gember, gedroogde zoute pruim, citroen, meidoorn.
Jij, gerimpeld als een pruim.
Echt?- Je bent een echte pruim.
Iemand een pruim?
Je lijkt wel een pruim.
Ja, dat is toch een ferme pruim, hè.
Goedeavond, oude pruim.
Het is net alsof een sinaasappel gepaard heeft met een pruim.
Voor jou Babs, Deense pruim.
Geen perzik, geen pruim.
ik ben haar overdrachtelijke pruim.
Geen perzik, geen pruim, alleen kauwgum.
Promo Set van 2 deuren Maxicube pruim.
Maar ik zal niet iemands pruim zijn.
En zijn vrouw Pruim.