Examples of using Snob in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wees niet zo een snob.
Jij bent een liefdes snob.
Je bent nog steeds een snob, Su-yeon.
Snob.- Ha. Beloof ik.
Snob.- Ha. Beloof ik.
Snob.- Ha. Beloof ik.
Snob.- Ha. Oké dan, plaats ons dan bij de innamecoördinaten.
En een snob. En alle snobs lezen hem.
Ik wil geen snob zijn, maar.
Zo'n snob die alleen nederigheid deugdzaam vindt.
Sinds wanneer ben je zo'n snob, wat geld betreft?
Söderstedt is een ontzettende snob, maar verder gaat het goed.
Wees geen snob, Mario.
Je bent net zo'n snob als hij is, weet je dat?
Niet zo'n snob, maar een meer verfijnde.
Niet zo'n snob, maar een meer verfijnde.
Hij is een beetje een snob, maar speelt wel graag met anderen.
Als iemand de snob wil uithangen dan is dat Veronica.
Wat een ongelooflijke snob ben jij toch.
Snob. Kun je me even helpen?