Examples of using Stoute in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dido?- Wie?- Ja. Stoute jongen?
Daar ben je stoute hond. Oh.
Dido?- Wie?- Ja. Stoute jongen?
Niet van mij. Pak die stoute bruid.
Dido?- Wie?- Ja. Stoute jongen.
Ik sta op de stoute lijst.
Dat is… Gidget, nee. Stoute hond.
De vrouw van de baas. Stoute jongen.
Dat is… Gidget, nee. Stoute hond.
Norman, je bent een stoute, stoute jongen.
Hij is meestal niet zo. Stoute draak!
Er zijn dit jaar amper stoute kinderen.
Ik ben zo'n stoute hond!
Hij zou zeggen: Stoute jongen.
Ik wil m'n kalkoen. Stoute meid!
Adolf Hitler was een hele stoute man.
Stoute hond! Ik wil wafels!
Ik wil doen stoute dingen met jou.
Stoute meid, stoute meid. Goed.
Jij stoute jongen. Oh Abe.