A TRAIN TICKET in Dutch translation

[ə trein 'tikit]
[ə trein 'tikit]
een treinticket
train tickets
treinbiljet
ticket
rail trip
rail trip tegelen
rail trip terborg
rail trip saarbrücken
rail trip the hague
rail trip santpoort
book
cheap rail tickets
train ticket saarbrücken
een trein ticket
een kaartje voor de trein

Examples of using A train ticket in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
It's possible to buy a train ticket for an average price of 8CHF.
Je kunt een treinticket kopen aan de gemiddelde prijs van 7€.
Third apprentice, buy a train ticket for tomorrow morning.
Derde leerling, koop een treinkaartje voor morgen.
Is my festival ticket also valid as a train ticket?
Is mijn festivalticket zelf ook geldig als treinbiljet?
It's possible to buy a train ticket for an average price of 5CHF.
Je kunt een treinticket kopen voor de gemiddelde prijs van 9€.
Actually, I have a train ticket.
Eigenlijk heb ik een treinkaartje.
No, your concert ticket is not valid as a train ticket.
Nee, je concertticket is niet geldig als treinbiljet.
It's possible to buy a train ticket for an average price of 78R$.
Je kunt een treinticket kopen voor de gemiddelde prijs van 33€.
Lunch and a train ticket.
Lunch en een treinkaartje.
A parking space, a bus ride, a train ticket or a taxi.
Een parkeerplaats, een busreis, een treinticket of een taxi.
I can send you the money for a train ticket.
Ik kan je geld sturen voor een treinkaartje.
With that money, Maggie buys a train ticket to this grandmother.
Met dat geld koopt Maggie een treinticket naar deze oma.
There's not funds for a train ticket.
Er is geen budget voor een treinkaartje.
Master, I gave you a train ticket just now.
Meester, ik gaf je net een treinticket.
Here, a train ticket.
Hier, een treinkaartje.
I have a train ticket.
Ik heb een treinkaartje.
Butte, Montana. I even got you a train ticket.
Butte, Montana. Ik heb al een treinticket voor je.
And get a train ticket.
En koop een treinkaartje.
To London. A train ticket.
Naar Londen. Een treinkaartje.
And I need money for a train ticket.
Ik heb ook wat centen nodig voor een treinkaartje.
We also discovered a receipt for a train ticket to London the previous day.
We vonden ook de bon van 'n treinticket naar Londen van de dag voordien.
Results: 139, Time: 0.0403

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch