A TRAIN in Dutch translation

[ə trein]
[ə trein]
een trein
on a train
n trein
on a train
een treintje
on a train

Examples of using A train in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
I want a train.
Ik wil een trein.
It was an afterimage of a victim on a train.
Het beeld van 'n slachtoffer in 'n trein.
Just tell her the baby carrots are a train.
Zeg dat de babypeentjes een treintje zijn.
A train. I thought I heard a train.
Een trein. Ik dacht een trein gehoord te hebben.
He's tracking a train.
Hij volgt 'n trein.
Let's make a train.
We vormen een treintje.
Yeah. Yeah, he's on a train.
Ja. Ja, hij zit in een trein.
If you get run over by a train.
Als je wordt overreden door 'n trein.
Ooh, Cheaver, that woman wanted to make a train with you.
Cheaver, die vrouw wilde een treintje met je maken.
I can't outrun a train.
Ik kan niet sneller rennen dan een trein.
Sounds like a train.
Het klinkt als 'n trein.
They have a train ride.
Ze hebben daar een treintje.
Uncle Wilbur, look, a train, a train.
Oom Wilbur, kijk, een trein, een trein.
We're on a train.
We zitten in 'n trein.
In the last 5K, we will form a train for Pavesi.
In de laatste 5 km vormen we een treintje voor Pavesi.
I saw a train.
Ik zag een trein.
I'm on a train.
Ik zit in 'n trein.
I heard a train.
Ik hoorde een trein.
Cause you was hit by a train.
Je was aangereden door 'n trein.
Todd, please. I have to catch a train.
Todd, alsjeblieft, ik heb een trein te halen.
Results: 3962, Time: 0.0265

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch