LEARNING IT in Dutch translation

['l3ːniŋ it]
['l3ːniŋ it]
het leren
learn
teach

Examples of using Learning it in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
don't mind you can prepare anytime if you want after learning it in our kitchen.
niet Let op u op elk gewenst moment bereiden kunt wilt u na het leren in onze keuken.
You know how much trouble the children have with variables, but by learning it this way, in a situated fashion,
Jullie weten hoeveel moeite kinderen hebben met variabelen, maar door het op deze manier te leren, in een situatie, zullen zij nooit vergeten,
so you can teach the world what giving means by listening and learning it of Him.
jij de wereld leren kunt wat geven betekent door te luisteren en het te leren van Hem.
Most suggestions I have seen say you should review a new fact after first seeing it 10 minutes after first learning it, then an hour later,
De meeste suggesties die ik heb gezien dat je dient een nieuw feit na het zien van het eerste 10 minuten na de eerste leren, dan een uur later, en vervolgens een dag later,
I'm gonna learn it for the next time.
Ik ga het leren voor de volgende keer.
Even you can learn it.
Zelfs jij kan het leren.
Anyone could learn it.
Iedereen kan het leren.
No, but I will learn it.
Nee, maar ik zal het leren.
Almost everyone can learn it.
Bijna iedereen kan het leren.
Age does not matter, everyone can learn it.
Leeftijd maakt niet uit, iedereen kan het leren.
I could learn it.
Ik kan het leren.
Anyone can learn it.
Iedereen kan het leren.
I can learn it.
Ik kan het leren.
You can learn it and you can apply it quickly.
Je kunt het leren en je kunt het ook snel toepassen.
Some kids learn it on their own, Daddy.
Sommige kinderen leren het zelf, papa.
We all learn it when we're young.
We leren het allemaal als we jong zijn.
They learn it from their fathers.
Ze leren het van hun vaders.
But they all learn it and have fun doing it..
Maar ze leren het allemaal met veel plezier.
You can learn it at the passage below.
Je kunt het leren op de volgende passage.
Small kids learn it by themselves.
Kleine kinderen leren het vanzelf.
Results: 43, Time: 0.0563

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch