PLAYDATE in Dutch translation

speelafspraak
playdate
play date
playdate
play date
speeldate
playdate
play date
speeldag
matchday
day
playdate
games
afspraak
appointment
deal
meeting
date
agreement
arrangement
bargain
rendezvous
engagement
to meet
speelmiddag
playdate
afternoon
speeldatum
play date
playdate
speelafspraakje
playdate
play date
speel afspraakje
gespeeld
play
olympics
game

Examples of using Playdate in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Is she free for a playdate tomorrow?
Is ze vrij voor een playdate morgen?
We want a playdate.
We willen een speeldatum.
Did you have a fun playdate with Heather? Mom?
Heb je lekker gespeeld met Heather? Mam?
Working a shift, playdate.
Werken, speelafspraak.
Okay. No playdate.
Oké, geen speeldate.
Maggie Simpson here for a playdate. Hello?
Maggie Simpson hier voor een playdate. Hallo?
C'mon, kid, let's go. No playdate.
Kom op, jongen, we gaan. Geen speeldatum.
Did you have a fun playdate with Heather? Mom?
Heb je leuk gespeeld met Heather? Mama?
It's just a playdate, Lace.
Het is gewoon een speelafspraak, Lace.
Hello? Maggie Simpson here for a playdate.
Maggie Simpson hier voor een playdate. Hallo?
We have a playdate with Wingspan and Banjo.
We hebben een speelafspraakje met Wingspan en Banjo.
That desk goes back into Peter's office after your playdate.
Dat bureau gaat terug naar het kantoor van Peter na jullie speelafspraak.
this is a great spot for a playdate.
dit is een geweldige plek voor een playdate.
He has a playdate with his friend.
Hij heeft een speelafspraakje met zijn vriendje.
We have to cancel the playdate.
We moeten de speelafspraak afzeggen.
He wants a playdate with Ralph.
Hij wil een playdate met Ralph.
The playdate goes well,
Een speelafspraakje kan nog,
He's got a playdate.
Hij heeft een speelafspraak.
Playdate finishes at three, so. But then I remembered Betty's.
Maar Betty's speelafspraakje is om drie uur afgelopen, dus.
Hey, you should bring Kandace over for a playdate.
Hey, Je zou Kandace moeten brengen voor een speelafspraak.
Results: 110, Time: 0.058

Top dictionary queries

English - Dutch