BIETEST - vertaling in Nederlands

bied
bieten
liefern
geben
stellen
ermöglichen
bereitstellen
eröffnen
leisten
gewähren
angebot
geef
geben
schenken
bieten
verleihen
zeigen
liefern
machen
bringen
lassen
haben
biedt
bieten
liefern
geben
stellen
ermöglichen
bereitstellen
eröffnen
leisten
gewähren
angebot
bieden
bieten
liefern
geben
stellen
ermöglichen
bereitstellen
eröffnen
leisten
gewähren
angebot
geeft
geben
schenken
bieten
verleihen
zeigen
liefern
machen
bringen
lassen
haben
bood
bieten
liefern
geben
stellen
ermöglichen
bereitstellen
eröffnen
leisten
gewähren
angebot
levert
liefern
leisten
bieten
erbringen
bereitstellen
stellen
bereitstellung
lieferung
versorgen
versenden

Voorbeelden van het gebruik van Bietest in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Du bietest ihm eine Möglichkeit, denk dran.
Jij geeft hem de kans. Vergeet dat niet.
Was bietest du?
Wat bied je?
Wie viel bietest du?
Hoeveel geef je ervoor?
Aber du bietest etwas Interessanteres.
Maar jij biedt mij iets interessanter, meer uitdagend.
Komm wieder, wenn du mir das bietest.
Kom maar terug als je me dat kunt bieden.
Schwestern, denen du Schutz bietest?
zusters die je hier onderdak geeft?
Ich dachte, du bietest mir einen Ausweg.
Ik dacht dat je me een vluchtroute bood.
Du bietest mir einen Job an?
Bied je me een baan aan?
Trotzdem. -Was bietest du mir?
Wat geef je me?-Kom maar mee?
Du bietest meiner Familie nichts.
Je biedt mijn familie niets.
Doch. Komm wieder, wenn du mir das bietest.
Kom maar terug als je me dat kunt bieden.
Was immer du mir bietest.
Ik werk met wat je me geeft.
Und was bietest du unseren Kunden?
Wat bied je onze klanten?
Und jetzt bietest du mir auch noch einen Liebesratschlag an?
En nu geef jij me romantisch advies,
Sue, du bietest mir das Kostbarste, das es gibt.
Sue, je biedt me het mooiste wat er is.
Die Chance, die du mir bietest?
De kans die jij mij geeft?
Wie viel bietest du ihr?
Hoeveel wil je bieden?
Und was bietest du mir an?
Wat bied je me aan?
Sechzig!- Du bietest gegen mich.
Je biedt tegen me op. Zestig.
Er ersticht mich und du bietest ihm Nüsse an?
Hij steekt me neer en jij geeft hem pinda's?
Uitslagen: 303, Tijd: 0.0572

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands