EIN ZIMMER - vertaling in Nederlands

een kamer
zimmer
kammer
eine suite
in einen raum
een slaapkamer
schlafzimmer
zimmer
ein hauptschlafzimmer
schlafbereich
een hotelkamer
hotelzimmer
ein zimmer
im hotel
einem motelzimmer
n kamer
zimmer
kammer
eine suite
in einen raum
een kamertje
zimmer
kammer
eine suite
in einen raum

Voorbeelden van het gebruik van Ein zimmer in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ich hab ein Zimmer gebucht.
Ik heb een hotelkamer geboekt.
Will sie ein Zimmer im Erdgeschoss?
Daarom wou ze 'n kamer op de begane grond?
Ava und ich teilten ein Zimmer.
En ik deelde een kamer met Ava.
Oben ist ein Zimmer für Sie.
Boven is een slaapkamer voor je.
In Russellfield nahm ich ein Zimmer und habe versucht, mich zu isolieren.
In Russelfield nam ik een hotelkamer en probeerde me te isoleren.
Ich habe ein Zimmer, Essen.
Ik heb 'n kamer en eten.
Ein Zimmer voll Rosen
Een kamer vol rozen
Meine Sekretärin hat Ihnen ein Zimmer für fünf Nächte im Hotel Cliff reserviert.
Mijn assistent heeft een hotelkamer voor je geregeld voor vijf nachten.
Miss Spoon ein Zimmer teilen, nicht wahr?
Miss Spoon een slaapkamer delen, toch?
Haltet ein Zimmer für mich frei.
Hou 'n kamer voor me vrij.
Wir haben ein Zimmer für Sie auf der Base.
We hebben een kamer voor u op de basis.
Und du? Ich schlafe auf dem Sofa, damit meine Schwester ein Zimmer hat.
Ik slaap op een bank… En jij? zodat m'n zus een slaapkamer heeft.
Wir nahmen uns ein Zimmer.
We namen een hotelkamer.
Sie braucht ein Zimmer für eine Nacht.
Zij heeft 'n kamer nodig voor één nacht.
Ich habe ein Zimmer im Soho Grand.
Ik heb een kamer in het Soho Grand.
Wir haben da auch ein Zimmer für dich. Okay.
Oké. Er is ook een slaapkamer voor jou.
Ich habe ein Zimmer, Essen.
Lk heb 'n kamer en eten.
Ihr habt Euch ein Zimmer geteilt.
Je deelde een kamer met hem.
Wir teilten uns ein Zimmer.
We deelden een slaapkamer.
Gib mir ein Zimmer.
Heb je 'n kamer voor me?
Uitslagen: 2576, Tijd: 0.035

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands