ENKELN - vertaling in Nederlands

kleinkinderen
enkelkind
enkel
enkelsohn
enkeltochter
enkelbaby
kleinzoons
enkel
enkelsohn
enkelkind
sohn
kleinzonen
enkel
enkelsohn
enkelkind
sohn
kleinzoon
enkel
enkelsohn
enkelkind
sohn
voor kleinkinderen
enkel
enkelkindern

Voorbeelden van het gebruik van Enkeln in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ich wollte ihn meinen Enkeln zeigen!
Mijn kleinkinderen zouden die score zien!
Willst du deinen Enkeln nicht ihre Namen geben?
Wil je je kleinkinderen geen naam geven?
Jetzt können wir unseren Enkeln was erzählen.
Nu hebben we een geweldig verhaal voor onze kleinkinderen.
Sie werden einmal Ihren Enkeln sagen, dass Sie dabei waren.
Ooit zullen jullie je kleinkinderen over deze dag vertellen.
Jedenfalls, wenn uns das gelingt… können Sie Ihren Enkeln was erzählen.
Hoe dan ook, als dit lukt, heb je een verhaal voor je kleinkinderen.
Wenn Sie die Story lhren Enkeln erzählen, lassen Sie den Teil weg.
Als je dit aan je kleinkinderen vertelt, moet je dit weglaten.
Wie war's mit deinen Enkeln?
Hoe was het bij je kleinkinderen?
Wie geht es Ihren Enkeln Lily, Charlotte und Sam?
Hoe gaat het met je kleinkinderen, Lily, Charlotte en Sam?
Vererbe sie deinen Enkeln. -Ja.
Geef ze door aan je kleinkinderen.-Ja.
Wie geht es meinen Enkeln?
Hoe gaat het met mijn kleinkinderen?
Wie geht es deinen Enkeln?
En je kleinkinderen?
Du kannst deinen Enkeln erzählen, dass die Kirchenbänke in deiner Scheune waren.
Je kunt later tegen je kleinkinderen zeggen dat de kerkbanken in jouw schuur stonden.
Jordans Enkeln.
Jordans kleinkinderen.
Das können Sie dann noch Ihren Enkeln erzählen.
Iets opwindends om aan uw kleinkinderen te vertellen.
Wie geht es meinen Enkeln?
Hoe gaat het met m'n kleinkinderen?
Das ist etwas, was Sie Ihren Enkeln erzählen können.
En weet u wat? U hebt wat te vertellen aan uw kleinkinderen.
Wollen Sie Ihren Enkeln eine Freude machen? Hallo Sir?
Meneer, wilt u uw kleinkinderen gelukkig maken?
Vom morgigen Sprung könnt ihr noch euren Enkeln erzählen.
De sprong van morgen vertel je nog aan je kleinkinderen.
Geh mit deinen Enkeln spielen.
Ga maar met je kleinkinderen spelen.
Diese Geschichte werden wir unseren Enkeln erzählen.
Dit zullen we later aan onze kleinkinderen vertellen.
Uitslagen: 183, Tijd: 0.0309

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands