Voorbeelden van het gebruik van Kleinzoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn kleinzoon Paul is overleden.
Uw kleinzoon.
Hij is de vader van jouw kleinzoon.
Hij was de kleinzoon van burgemeester Garlieb Sillem.
Het gaat om zijn kleinzoon die in Rome ontvoerd is.
M'n kleinzoon en m'n protegé.
Mijn kleinzoon werd van een dak geduwd.
Ze heeft een dochter uit een eerdere relatie en een kleinzoon.
Zijn kleinzoon Koen Breugelmans is ook politiek actief.
Acteur Freek Brom is zijn kleinzoon.
Met dank aan Francis, mijn kleinzoon en mijn opvolger.
Dat joch is vast zijn kleinzoon.
Het was een idee van mijn kleinzoon.
Zijn vader was een kleinzoon van Willem I van Provence.
dochter en kleinzoon achter.
Ik houd van mijn kleinzoon, Chace.
De stemmachines van mijn kleinzoon.
Nu helpen mijn dochter en kleinzoon ook.
Zijn kleinzoon Eleuterio Lovreglio(1900-1972)
Je bent m'n enige kleinzoon.