Voorbeelden van het gebruik van Kleinzoon is in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Iedereen die mijn kleinzoon is, naar voren.
M'n kleinzoon is ontvoerd.
Mijn kleinzoon is geen meisje.
Je kleinzoon, is dat Tommy's jongen?
Wiens kleinzoon ben jij?
Had gezegd dat het je kleinzoon was?
Mijn zoon en mijn kleinzoon zijn vier maanden geleden verdronken.
Lk was boos dat het niet m'n kleinzoon was.
Kleinzoon was constant bij haar, net als geroot.
Valente, m'n kleinzoon, was hier ook nog nooit geweest. .
Je kleinzoon was een kruimeldiefje en niet zo'n beste ook.
Welnu, omdat je mijn kleinzoon bent moeten we er maar het beste van maken.
Je kleinzoon was stabiel… maar het onweer.
Als je zijn kleinzoon bent kun je met ons meevechten!
Mijn kleinzoon was vijf en het zou zo niet moeten zijn, maar….
Mijn kleinzoon was slimmer dan ons allemaal.
M'n dochter en kleinzoon zijn aan boord.
Mijn zoon en kleinzoon zijn dood.