A CHILD - vertaling in Nederlands

[ə tʃaild]
[ə tʃaild]
een kind
child
kid
baby
an infant
n kind
child
kid
baby
an infant
een kindje
child
kid
baby
an infant

Voorbeelden van het gebruik van A child in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Baby. I want a child.
Baby. Ik wil een kind.
Mona are expecting a child.
Mona verwachten een kindje.
I have a child.
Ik heb 'n kind.
Sabrina Spellman is a child.
Sabrina Spellman is een kind.
This card is for the birthday of a child.
Deze kaart is voor de verjaardag van een kindje.
You have a child.
U heeft 'n kind.
He wanted a child.
Hij wilde een kind.
You can also change the live of a child.
Ook u kunt het leven van een kindje veranderen.
I have always wanted a child.
Ik wou altijd 'n kind.
In return for the life of a child.
In ruil voor het leven van een kind.
Bender, we would like to adopt a child.
Bender, we willen graag een kindje adopteren.
And we married and had a child.
We trouwden en kregen 'n kind.
The love of a child.
De liefde van een kind.
She has a child now.
Ze heeft nu een kindje.
The butcher has a child.
De Butcher heeft 'n kind.
He is but a child.
Hij is maar een kind.
I have a child.
Ik heb een kindje.
Come.- It's not good for a child.
Kom…- Het is niet goed voor 'n kind.
No, he was a child.
Nee, hij was een kind.
They settled down at Castle Lubov and had a child.
Langzaam aan gingen ze op het kasteel wonen en kwam er een kindje.
Uitslagen: 31040, Tijd: 0.0253

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands