UN CHIOT - vertaling in Nederlands

een puppy
chiot
un petit chien
een pup
chiot
een hondje
chien
een puppie
un chiot
hondje
chien
toutou
chiot
petit
doggy
clébard
n puppy
chiot
un petit chien

Voorbeelden van het gebruik van Un chiot in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Je suis juste une cretine ridicule qui le suit partout comme un chiot.
En ik ben een vreselijke kleuter die als een hondje achter hem aan loopt.
Avec un chiot, tu devras être présente, le nourrir, le promener.
Je moet steeds bij zo'n pup zijn. Je moet hem voeren en uitlaten.
Un chiot avec un peu de sang de loup.
Een jong hondje met wat wolvenbloed.
J'ai demandé un chiot pour Noël. Je l'appellerai Macaroni.
Ik heb Santa dit jaar om een puppy gevraagd, ik noem haar Macaroni.
Ce n'est donc pas un chiot.
Geen puppy meer dus.
Stan est dehors à essayer d'attraper un chiot au lasso.
Stan probeert buiten een puppy, te vangen met een lasso.
Cash est un chiot Saucify powered fente avec 3 rouleaux
Contant geld Puppy is een Saucify aangedreven kast met 3 rollen
Jusque-là j'étais un chiot, mais maintenant j'ai ma dent.
Ik was tot nu toe een welp. Maar nu heb ik mijn tand.
Parce que j'étais un chiot terrifié par le grand tigre.
Omdat ik een mensen-welp was, bang voor de tijger.
Il est arrivé avec un chiot.
Hij kwam binnen met een puppy.
Je cherche un chiot que je viens de voir.
Ik ben op zoek naar een puppie wat ik net zag.
Regarde toi Je ne t'avais pas vu depuis que tu étais un chiot.
Ik heb je niet meer gezien sinds je puppy was.
Sans vêtement, un chiot.
Geen kleren, geen hond.
Et c'était même pas un chiot.
En hij was zelfs geen puppy.
Oui. Je pensais adopter un chiot.
Ja, ik denk erover om een puppy te nemen.
Elle avait demandé un chiot.
Ze vroeg nadrukkelijk om een puppy.
C'était un chiot adorable.
Ze was zo'n schattige kleine pup.
Je suis pas un chiot.
Ik ben geen puppy.
Tu n'es qu'un chiot!
Je bent maar een jonge hond.
Apparemment, un chiot se vend 1 200.
Blijkbaar kan je $1200 krijgen voor een pup.
Uitslagen: 320, Tijd: 0.0704

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands