Voorbeelden van het gebruik van Abuela in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We gaan ervoor, abuela.
Je abuela zal dolgelukkig zijn.
Dus geen abuelo of abuela?
Dat kon niemand beter dan abuela.
Van de fysiotherapie. Abuela?
Mijn abuela drinkt French 75's.
Abuela, hou op. De Vloek.
Gaat u niet mee, abuela?
Mam. Hoe gaat het met abuela?
Abuela. Ik heb het nog nooit geprobeerd.
Abuela, dat is gemeen. Mamma.
Mijn abuela wist alles over baby's krijgen.
Ik zou je toch oppikken bij abuela?
Dit moet je horen. Abuela, toe.
Toe, abuela, wees niet zo eigenwijs.
Kom op Abuela, wees niet zo koppig.
Hou op, abuela. Ik hou de baby niet.
Abuela. Wat? Waar is haar rozenkrans?
Gaf m'n abuela me dit. Na m'n moeders dood.
Dat is nogal vaak.-Bij Abuela?