Voorbeelden van het gebruik van Alim in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil geen vergoelijkende woorden, Alim.
Jij was ook laat op, Alim.
Oh, Alim, je blijft een kind.
Alim zegt dat je een echte zoetekauw bent.
Alim en Samirah, zijn jullie er nog?
Heb ik gezegd dat Alim verkering heeft?
Alim zou niet willen
Ik ben blij dat je gekomen bent, Alim.
En een bed delen met Alim zal leuk zijn.
Alim, waarom blijf je daar staan met je tas?
Wanneer gaat Alim een huwelijk sluiten met die UNICEF vrouw?
Hem.- Alim… zitten we op dezelfde golflengte?- Ja?
Nuru… Alim kneep er al tussenuit sinds hij was geboren.
We hebben gehoord dat Alim Assir afgelopen week in het land was.
En ik ben niet bij Giles omwille van het geld.- Alim.
Alim mag een gelukkige je-weet-wel zijn,
De belangen van de hoofdstad Aššur werden door in Kaniš verblijvende afgezanten(šipirū ša alim) behartigd.
We hebben gehoord dat Alim Assir afgelopen week in het land was. Mogelijk om geld te zoeken.
Alim had de wens geuit om enkele foto's te laten nemen met haar.
Alim, je leven en je dood roepen ons op om te strijden voor het recht om te leven