Voorbeelden van het gebruik van Beertje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe gaat het met je, beertje?
Ja. Ze hadden een beertje met snoepjes in de aanbieding.
Kom, beertje.
ondeugend beertje.
Hoe was je dag? Hé, beertje.
Ach, arm beertje toch.
Ben jij het, beertje?
Hi, beertje.
We moeten sterk blijven, beertje. Niet huilen.
Kom tevoorschijn, beertje.
Hé, beertje.
ik gevoelig ben. Net als een pluchen beertje.
Dag, beertje.
Slaap lekker, klein beertje.
Dit is mijn dierbare, dierbare beertje.
Alles goed, Beertje?
Mijn Klein Beertje, bedankt voor je brief.
Ik ben bij jou, Beertje.
Dit waren Nouveau Rich en Beertje Pattington.
Blijf hier. Blijf hier, Beertje.