Voorbeelden van het gebruik van Bijziend in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zei ik al dat m'n zus bijziend is?
Jouw bijziende wou een vriend helpen?
ik had je niet moeten volgen, jij bijziende….
Daar is het, bijziende nitwits.
En bijziend.
Hij is bijziend.
Ze is bijziend.
Hij was bijziend.
Ik ben bijziend.
Ben je bijziend?
Zijn ze bijziend?
Ze is bijziend.
Verziend of bijziend?
Ik ben niet bijziend.
Ik ben een beetje bijziend.
Ze is bijziend, Boyd.
Dani is een beetje bijziend.
Voor een erg bijziend iemand.
Ben je soms bijziend?
Wanneer ben jij bijziend geworden?