Voorbeelden van het gebruik van Bouwmarkt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Deze lampen zijn redelijk geprijsd en verkrijgbaar in iedere supermarkt of bouwmarkt.
Een bouwmarkt is een winkel die hoofdzakelijk doe-het-zelf-producten verkoopt.
Hopelijk heeft de bouwmarkt ook een vuurwerkbedieningspaneel.
De bouwmarkt is een uur rijden.
Iemand in een bivakmuts bij een bouwmarkt, 17 maart om 19.33 uur.
Maar ik moet vast naar de bouwmarkt. Ik ga op kantoor werken.
Morgen ga ik naar de bouwmarkt en bouw ik een bioscoopcomplex.
Ik kan in elke bouwmarkt… iemand vinden die beter geschikt is.
Er is een bouwmarkt in de buurt.
Waarom zijn we hierheen gegaan in plaats van de bouwmarkt?
Koop je al je wapens bij de bouwmarkt?
Probeer het bij de bouwmarkt.
Dus we gingen naar een bouwmarkt.
waar kwam ze die gast tegen, de bouwmarkt?
Ja, die scène waarin ze elkaar toevallig ontmoeten in een bouwmarkt.
Christian… Christian! Zat je ook beroepsmatig in de bouwmarkt?
Hij is 20 en werkt bij de bouwmarkt.
Ze was er al toen ik van de bouwmarkt terugkwam.
Hij had iets nodig van de bouwmarkt.
Waarom hang je rond in de gangpaden van een bouwmarkt?