BOUWMARKT - vertaling in Duits

Baumarkt
bouwmarkt
ijzerhandel
ijzerwinkel
winkel
home depot
doe-het-zelfzaak
doe-het-zelf zaak
Eisenwarenladen
ijzerhandel
ijzerwinkel
bouwmarkt
de ijzerwarenwinkel
winkel
gereedschapswinkel
Hardware-geschäft
bouwmarkt
ijzerhandel
Home Depot
de bouwmarkt
van home depot
Company 390

Voorbeelden van het gebruik van Bouwmarkt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Deze lampen zijn redelijk geprijsd en verkrijgbaar in iedere supermarkt of bouwmarkt.
Diese Art von Leuchtmittel ist preisgünstig und in Baumärkten und Supermärkten leicht erhältlich.
Een bouwmarkt is een winkel die hoofdzakelijk doe-het-zelf-producten verkoopt.
Ein Verkaufswagen ist ein fahrbarer Laden zum Verkauf von Waren, insbesondere von Lebensmitteln.
Hopelijk heeft de bouwmarkt ook een vuurwerkbedieningspaneel.
Ich hoffe, im Baumarkt gibt es Feuerwerksbedientafeln.
De bouwmarkt is een uur rijden.
Ich brauche allein eine Stunde zum Baumarkt.
Iemand in een bivakmuts bij een bouwmarkt, 17 maart om 19.33 uur.
Die Aufnahme einer Überwachungskamera vor einem Baumarkt um 19.33 Uhr am 17.
Maar ik moet vast naar de bouwmarkt. Ik ga op kantoor werken.
Ich arbeite im Büro, aber ich muss bestimmt auch in den Baumarkt.
Morgen ga ik naar de bouwmarkt en bouw ik een bioscoopcomplex.
Morgen gehe ich zu Home Supply und baue ein ganzes Multiplex-Kino.
Ik kan in elke bouwmarkt… iemand vinden die beter geschikt is.
Ich muss nur in einen Baumarkt gehen, um einen geeigneteren Mann zu finden.
Er is een bouwmarkt in de buurt.
Da ist ein Handwerker in der Nähe.
Waarom zijn we hierheen gegaan in plaats van de bouwmarkt?
Warum sind wir hier raus gekommen, anstatt einfach in den Baumarkt zu gehen?
Koop je al je wapens bij de bouwmarkt?
Kaufst du all dein Mordwerkzeug im Baumarkt?
Probeer het bij de bouwmarkt.
Versuchen Sie es im Baumarkt.
Dus we gingen naar een bouwmarkt.
Also gingen wir in eine Eisenwarenhandlung.
waar kwam ze die gast tegen, de bouwmarkt?
woher kennt sie diesen Kerl, aus dem Baumarkt?
Ja, die scène waarin ze elkaar toevallig ontmoeten in een bouwmarkt.
Ja, die Szene, in der sie sich zufällig in der Bastel-Abteilung des BHV-Kaufhauses treffen.
Christian… Christian! Zat je ook beroepsmatig in de bouwmarkt?
Christian! Christian! Du warst auch dienstlich im Baumarkt?
Hij is 20 en werkt bij de bouwmarkt.
Er ist 20 und arbeitet im Baumarkt.
Ze was er al toen ik van de bouwmarkt terugkwam.
Sie war hier, als ich aus dem Baumarkt kam.
Hij had iets nodig van de bouwmarkt.
Er brauchte etwas aus dem Baumarkt.
Waarom hang je rond in de gangpaden van een bouwmarkt?
Wieso hängen Sie dann im Baumarkt herum?
Uitslagen: 132, Tijd: 0.0626

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits