Voorbeelden van het gebruik van Carlson in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb je het over Carlson?
Generaal Carlson.
En zij gaan ons die miljardenportefeuille van Carlson laten zien.- Goed.
De heer S. CARLSON voor Groep I.
JE EIGEN TREIN RIJDEN DR ANNE CARLSON-Jullie allemaal.
Van Carlson.
Bel Carlson.
Carlson heeft gelijk.
Bij Tucker Carlson.
Carlson. Bedankt.
Jij niet, Carlson.
Ik ben Liz Carlson.
Carl Carlson bewees dat.
Miss Carlson vervangt Adam.
Niet weer, Carlson.
Carlson heeft dus gelogen.
Carlson kan het doen.
Carlson kan het doen.
Je onderbreekt Herr Carlson.
Je moet Carlson bellen.