Voorbeelden van het gebruik van Consuela in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Consuela, we gaan ervandoor.
Bedankt, Consuela. Het spijt me.
Consuela, ruikt dit naar chloroform?
Consuela heeft er suiker op gedaan.
Ik ben het, Brian. Consuela.
Consuela… Je kunt dit niet alleen.
Mijn vader houdt van Consuela. Ja.
Consuela, we gaan. Laat los.
Ik ben het, Brian. Consuela.
Hé, ik heet Brian. Consuela?
Consuela… wat wil je dat ik doe?
Consuela zegt dat hij eerder kwam om haar te verrassen.
Vanaf nu ben je Prinses Consuela?
Misschien zijn Consuela en Logan er samen vandoor.
Wat is er aan de hand, Consuela?
Consuela zei dat hij eerder kwam om haar te verrassen.
Consuela, wil je me je chequeboek brengen?
Jij moet hier zijn voor de tweeling. Hallo, Consuela.
Oke, Consuela, jij moet op je knieën.
Haar naam was Consuela Castillo, 'n leerling van me.