Voorbeelden van het gebruik van Consuela in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Gecondoleerd, Consuela.
Zelfs Consuela.
Ze heet Consuela.
En Consuela, he.
Consuela, we gaan.
Voor Juffrouw Consuela Lopez.
Consuela wordt onze werkster.
Daar ben je, Consuela.
Zeg maar gedag tegen Consuela.
Consuela heeft hem gevonden!
Eén nieuwe boodschap. Consuela?
Ze is boven met Consuela.
Consuela, niemand gaat je verwoesten.
Consuela… Vertel me de waarheid.
Consuela, geef me die taart!
Bedank Consuela nog eens voor het T-shirt.
Consuela raakt nooit wat aan?
Bruce had hem gehoord van Consuela.
En een meisje, zoals Consuela.
Je kunt dit niet alleen. Consuela.