Voorbeelden van het gebruik van Dawson in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
je bevriend bent met Agent Dawson.
Dichterbij, Dawson.
Dawson, hoe gaat het?
Ik blijf bij Dawson, Kelly.
Dag dokter Dawson.
Dawson, wat doe jij hier?
Joël Dawson.
Dawson, vooruit!
De Ballade van Dawson en Joey.
Dawson. Geweldig, ik.
Hij is rechercheur. Antonio Dawson.
Jen. Dawson. Dawson en Jen.
Lk ben Jack Dawson.
Wat doen we hier ook alweer?- Oké, Dawson.
Volgens mij zag ik haar met Dawson praten.
Dan zit je in mijn filmklas.-Dawson Leery?
Sid en Nancy, Dawson en Joey.
Voornaam?- Je film, alsjeblieft. Dawson.
Ik ben Cindy Dawson.
Jaloers? Dawson.