DE APOTHEKER - vertaling in Duits

Apotheker
apotheek
drogist
die Apothekerin
de apotheker
die Apotheke
de apotheek
de drogist
de apotheker
de drogisterij
artsenijbereidkunde

Voorbeelden van het gebruik van De apotheker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
De apotheker moet iets weten.
Der Apotheker muss etwas wissen.
Waarom heb je de apotheker vermoord?
Warum haben Sie den Apotheker umgebracht?
De apotheker gaf hem in plaats van hoestmedicatie.
Der Apotheker gab ihm ein Gichtmittel statt Hustenmedizin.
De Apotheker heeft ons het tegengif gegeven.
Der Apotheker gab uns die Gegenmittel.
Heeft de Apotheker gelogen?
Hat der Apotheker gelogen?
De apotheker kwam langs en heeft ons allemaal opgevrolijkt.
Der Pharma-Mann war da und hat uns mit Weihnachtsfreude vollgepumpt.
Maar volgens de apotheker stond er Defabon.
Der Apotheker hat gesagt, dass da"DEFABON" steht.
Vind je de apotheker zo leuk?
Magst du den Apotheker so sehr?
Nou, zit de apotheker op je te wachten?
Wartet denn der Apotheker auf dich?
Trouwens, de apotheker heeft een vriendin.
Übrigens, der Apotheker hat eine Freundin.
Als jij niet de Apotheker bent.
Wenn Sie nicht der Apotheker sind.
De apotheker is er niet.
Der Apotheker kam nicht.
Wat zei je tegen de apotheker? Toch?
Was haben Sie zum Apotheker gesagt?
Maar de apotheker kent haar.
Aber die Apotheker kennen sie.
Zeg je dat de echtgenoot de Apotheker inhuurde om zijn vrouw te doden?
Der Mann soll den Apotheker angeheuert haben… um seine Frau zu töten?
De apotheker? Hoe gaat 't verhaal?
Des Apothekers? Was für eine Geschichte?
En de apotheker geslagen.
Der Apotheker bekam Prügel.
Daarom gaat hij naar de apotheker… Dat ben ik!
Romeo geht zu einem Apotheker… Das bin ich!
Dan word ik de apotheker en die zegt bijna niets.
Dann werde ich der Apotheker, und der hat kaum Text.
Nee. De apotheker was er niet.
Der Apotheker war nicht da. -Nein.
Uitslagen: 205, Tijd: 0.0543

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits