Voorbeelden van het gebruik van De geit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat zei de geit ook al.
Dank u voor de geit mijn vriend!
Ik wil die met de geit nog eens zien. -Dank u.
Op de geit na is dit heerlijk.
De geit ramt de heg
Jij en de geit krijgen 24 uur. Natuurlijk.
Kijk naar de oren van de geit, vlak voordat de camera uit gaat.
De geit is bronstig.
Ik weet niet waar de geit is, papa.
Vanwege de geit, en….
De geit, en wat?
Ze hebben de geit een naam gegeven.
Tonino gaf de geit zijn voetbalschoenen, maar die waren te groot.
Waar gaat de geit vannacht slapen?
Is de geit belangrijk?
Ik snap de geit wel. Bedankt.
We kelen de geit en zeggen dat hij de volgende is.
De geit zegt.
Neem de geit mee.
Nee, de pizzabezorger met de geit lijkt op ome Cam.