Voorbeelden van het gebruik van De tandarts in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wacht de tandarts?
De tandarts moest zijn afspraken vandaag afzeggen.
De tandarts en ik zijn het eens over de scheiding.
De tandarts gaf me geld voor de rekening.
Ik zeg de tandarts dat u er bent.
Wie is die vent bij de tandarts en zijn vriendin?
Sorry, juffrouw, de tandarts doet dat soort werk niet meer.
De tandarts is open over vijf.
En de tandarts.
En de tandarts.
Zit de tandarts erbij?
De tandarts herkende dit.
Je ontvlucht de tandarts omdat je geen courgetti wil eten.
Moet ik de tandarts bellen?
Is nodig om dringend naar de tandarts, is het beter voor de kinderen.
Vraag de tandarts wat te verwachten.
De tandarts? Dan zul je terug moeten komen om me op te zoeken?
Vergeet de tandarts niet om drie uur.