Voorbeelden van het gebruik van Doodmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij wilde me doodmaken.
dan moet ik je doodmaken.
Het gebeurt… als mensen… in 'n ander land of welk land dan ook… andere mensen willen doodmaken.
Hier is een schok voor jullie. Ik wil hem ook niet doodmaken.
Toen hij niet blij was, wilden we hem doodmaken.
kan ik ze doodmaken.
Je gaat mijn hond doodmaken.
Ik wil niemand doodmaken.
Niet als we hen eerst doodmaken.
Ik wil je niet doodmaken, Data.
Ik wilde niks doodmaken.
Ze wilde hem nooit doodmaken.
Die mag mensen doodmaken.
Nieuwe baby doodmaken.
Ze willen me doodmaken.
Ze wilden haar doodmaken.
Je moet die baby doodmaken.
Hij gaat me doodmaken.
Nee, ik wil niemand doodmaken.
Ik ga je niet zomaar doodmaken.
