Voorbeelden van het gebruik van Een spook in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is een spook.
Maar jij hebt een spook.
Jullie doen alsof jullie een spook zien.
Morad is een spook.
Dit is dus… Waar alle huurders een spook gezien zouden hebben.
Niet zomaar een spook.
Zeg het me. Een spook.
Dat is jouw schuld, want jij kocht een huis met een spook.
Maar volgens jou is die handlanger een spook.
Hij is een spook.
Het lijkt of hij een spook heeft gezien.
Hij is geen goblin of een spook of een bedrieger.
Ik heb ooit een spook gezien.
Hij is geen kobold, of een spook of een trickster.
Dat was vast een spook.
Je lijkt… een spook.
Je kunt niet vechten met een spook.
De dader is een spook.
We willen niet door een spook worden gevolgd.