Voorbeelden van het gebruik van Een toets in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We hebben een Spaans toets.
Ik studeer voor een toets.
We hebben een toets.
omdat ik door te miskijken een toets heb aangeraakt.
Ik heb maandag een toets.
Ik vond origami-rozen in m'n locker… als ik een toets had.
Regel 13: Niet praten tijdens een toets.
We doen een toets.
Ik had nauwelijks een toets aangeraakt.
Niet tijdens een toets.
Dit is een toets.
Het is maar een toets.
Jongens… 't is maar een toets.
Euro! En enkel, omdat ik door te miskijken een toets heb aangeraakt!
Hoe dan?-Middels een toets.
Volgende week is er een toets. Kleuters.
Ik zit midden in een toets.
Leer je voor een toets?
Jullie hebben toch wel eens geblokt voor een toets?
ik heb morgen een toets, dus.