Voorbeelden van het gebruik van Een wapen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij heeft een wapen onder zijn jas.
Hebt u ooit een wapen afgevuurd?
Misschien heeft hij wel een wapen.
Geef me een wapen!
Pak een wapen.
Wil je een wapen?
Een ander wapen nodig?
Ooit een wapen afgevuurd voor de sport of in zelfverdediging?
Niemand anders met een wapen weet waar je moet mikken?
Ik heb een wapen, jongen.- Oké.
Waarom heeft Albert een wapen?
Geef me een wapen, dan haal ik het.
Een zwaar wapen maakt je traag.
Ik had een wapen tegen mijn hoofd.
Een biologisch wapen op basis van sporen.
Ik regel een wapen voor je.
Ik geloof dat ik dan een wapen aan Ozzy moet geven.
Heb je wel een wapen?
Hé, stop. O, een wapen.
Had je echt een wapen mee naar het kinderziekenhuis, Arty?
