Voorbeelden van het gebruik van Elam in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Niet doen, Elam.
Wie is Elam?
Ik heet Elam Ferguson.
Ik ben getrouwd, Elam.
Ik ben moe, Elam.
Ga staan. Kom. Elam.
Ik hou van je, Elam.
Elam, jij en je mannen.
Ik zeg de waarheid, Elam.
Elam, ik zit zonder.
Elam is een goede man, Eva.
Ze zullen haar niet vinden, Elam.
Alle koningen van Zimri, Elam en Medië.
Jagou, Tyson, Elam de hydraulische spuit.
Ik zeg de waarheid, Elam.
Ze is de baby van Elam Ferguson.
Wat zeg je nou? Elam.
Verdomme Elam, hij was nog uitgesproken.
Wie zijn het?- Verdomme, Elam.
Ik zeg je de waarheid, Elam.