Voorbeelden van het gebruik van Erelid in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zullen we hem erelid maken?
Bij zijn afscheid werd hij tot erelid benoemd.
Een half jaar na zijn afscheid als voorzitter benoemde het genootschap hem tot erelid.
In 1980 werd hij erelid van dit orkest.
In 1921 werd hij tot erelid benoemd.
Later werd hij tot erelid benoemd.
In 1996 werd zij erelid van de PGA.
Na zijn aftreden werden zijn verdiensten erkend door de benoeming tot erelid.
Hij was tevens erelid.
Ik ben erelid.
In 2000 werd paus Johannes Paulus II erelid van de Harlem Globetrotters.
Een plaatselijke carnavalgroep maakte hem tot erelid.
We kunnen onmogelijk alle ereleden gaan aanschrijven om hen te melden dat zij geen erelid meer zijn.
kunstacademie in Kopenhagen en in hetzelfde jaar erelid van de academie in Bologna.
Erelid van het Künstlerhaus Wien 1994:
Welnee, jij bent erelid.
De KNVB benoemde hem tot erelid.
Dat maakt me dan een erelid.
Ik ben erelid van het bestuur.
Dan ben je vanaf nu erelid.