Voorbeelden van het gebruik van Examens in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En je examens?
Dat heb ik nodig voor de examens.
hadden we examens.
Ik studeer. Volgende week heb ik examens.
De examens zijn mijn bitch.
En vele miljoenen leerlingen doen elk jaar die examens.
Ik heb nog m'n schedel nodig voor examens.
Mam had het over m'n projecten, examens.
Hoe gaan je examens?
Dat heb ik tijdens examens.
Ja, examens en zo.
De examens werden afgenomen in Leiden.
Iedereen moet deze examens door een ouder of een voogd laten tekenen.
Ik doe de examens, coach.
In 1978 deed hij zijn examens.
Ik moet leren voor mijn examens.
Ik heb hier jullie examens.
Het zijn niet de examens.
Ik heb de examens gedaan voor het kadaster.
Om je op te peppen voor je examens.