FAX - vertaling in Duits

Fax
faxnummer
telefax
faxapparaat
faxbericht
Faxgerät
fax
faxapparaat
faxmachine
faxtoestel
Telefax
fax
faxbericht
faxen
geintjes
doorfaxen
capriolen
sturen
grappenmakerijen
Fernkopie
fax
telefax
faxe
geintjes
doorfaxen
capriolen
sturen
grappenmakerijen
Faxgeräten
fax
faxapparaat
faxmachine
faxtoestel
faxt
geintjes
doorfaxen
capriolen
sturen
grappenmakerijen
gefaxt
geintjes
doorfaxen
capriolen
sturen
grappenmakerijen

Voorbeelden van het gebruik van Fax in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Jerry heeft geen fax.
Jerry hat kein Faxgerät.
Fax het naar me, Sam.
Sam, faxe es mir zu.
Fax Taub en Thirteen de update door.
Faxt Taub und 13 das neuste Update zu diesem Fall.
We hebben deze fax net binnengekregen van uw kantoor.
Ihr Büro hat das hier eben gefaxt.
Fax die naar dat nummer?
Faxen Sie das an diese Nummer, o.k.?
Fax wat data naar een volwassenenbedrijf in Chicago. Stace?
Fax einige Daten zu einer Firma in Chicago. Stace?
Een printer, scanner en fax zijn op aanvraag beschikbaar.
Ein Drucker, ein Scanner und ein Faxgerät sind auf Anfrage erhältlich.
Van de definitieve vergunning kan per fax een kopie worden verkregen.
Bis zum Eingang der endgültigen Lizenz kann per Telefax eine Kopie dieser Lizenz angefordert werden.
Ik fax je wel 'n routebeschrijving.
Ich faxe dir eine Wegbeschreibung.
Fax de laatste updates van de zaak naar Taub en Thirteen.
Faxt Taub und 13 das neuste Update zu diesem Fall.
Nee, alleen deze fax.
Nein, nur gefaxt.
Fax het me maar.
Faxen Sie mir das.
Een fax voor mij?
Ein Fax für mich?
Er is geen fax.
Es gib kein Faxgerät.
Staat u mij toe het voorbeeld te noemen van de directe verkoop per fax of telefoon.
Lassen Sie mich das Beispiel des Direktverkaufs per Telefax oder Telefon nennen.
Ik fax ze vanavond naar jou.
Ich faxe sie dir heute Nachmittag zu.
Volgens z'n secretaresse kregen we n memo per fax.
Er hat uns eine Aktennotiz gefaxt.
Fax het aan een vriend.
Faxen Sie das einem Freund.
Heb je de fax niet ontvangen?
Haben Sie das Fax nicht bekommen?
Boyle, laat jij Donger eens zien wat een fax is?
Boyle, warum erklärst du Danger nicht, was ein Faxgerät ist?
Uitslagen: 1607, Tijd: 0.0493

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits