Voorbeelden van het gebruik van Ficus in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij zegt allen maar Ficus.
Kijk eens, ficus rubiginosa.
Het is of een ficus.
Een grote, gezonde ficus.
Kan alleen"ficus" zeggen.
De Ficus is een agressieve groeier.
Dus ik heb een ficus gekocht.
Het is een Ficus benjamina.
Ik kan de ficus gebruiken.
Heb je de ficus weggehaald?
De ficus en de bloeiende planten zijn dood.
Een mooie volle Ficus Danielle.
De ficus heeft graag veel licht.
Ficus Exotica, een mooie spiraalvormige kamerplant.
Hoe een ficus benjamina trimmen?
Ficus ginseng in een ribbelpot 3 kleuren.
Ficus Abidjan toef, stoer en luchtzuiverend.
De Ficus heeft niet veel voeding nodig.
De Ficus heeft niet veel voeding nodig.
De ficus Danielle is een mooie frisgroene kamerplant.