Voorbeelden van het gebruik van Finn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Finn Skårderud?
Je moet hier weggaan. Finn.
Finn is je beste vriend.
Vrede. Vrede. Hou je kop dicht, Finn.
Hé, je bent niet alleen, Finn.
Finn.- U wilde me zien?
Jij staat bij het Jaagpad, Finn.
De zieke jongen, zijn naam is Finn.
Finn. Als je geen bevelen opvolgt, kom je niet.
Sophie en Finn.
Dit is Zorii. Zorii, dit zijn Rey en Finn.
Finn, John, jullie zullen je dat niet herinneren.
En ik wil dat je Finn en Arthur spaart.
Pardon. Ik ben in de war, Finn.
Finn heeft me gevraagd.
Meredith en Finn.
Ik 28. Dit lijken me geen krijgers Finn.
Finn Hudson, dit zijn Rob en Betty Adams.
En ik, willen het niet weten. Finn.
Arthur en Finn noemen.