Voorbeelden van het gebruik van Frietje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kijk, een frietje. Sorry.
Geef me een frietje.
Au revoir, mijn kleine frietje.
En nog een frietje.
Ik wil geen frietje.
Je ruikt als een frietje.
En neem een frietje!
Sorry. Kijk, een frietje.
Hier, neem 'n frietje.
Wil je wat koffie gaan drinken, of, frietjes of… eender wat, of frietje en koffie?
Horeca Neem een lekkere snack of een frietje nadat u een leuke activiteit ondernomen heeft.
ik was een hamburger aan het eten en ze pakte een frietje.
Dat frietje?
Pak een frietje.
Eet mijn frietje!
Wil jij een frietje?
Ik heb een frietje.
Wil je een frietje?
Wil je een frietje?
Wil je een frietje?